Gesprek
Ambtenaar:
Goedemorgen. Komt u binnen. Gaat u zitten.
Hoe gaat het met u?
Eunice:
Goedemorgen. Het gaat goed, dank u wel.
Ambtenaar:
U woont nu één jaar in Nederland.
Kunt u vertellen hoe het gaat met de inburgering?
Eunice:
Ja. Ik ga twee keer per week naar de taalschool.
Ik leer Nederlands. Ik kan al een beetje spreken en lezen.
Schrijven vind ik nog moeilijk.
Ambtenaar
Kunt u iets vertellen over wat u in Ghana deed?
Eunice
IK woonde in Accra waar ik twee winkels had. Een in de buurt, en een in het centrum. Voor de winkel in het centrum had ik vijf mensen in dienst. Voor de winkel in de buurt had ik drie mensen in dienst. Ik had ook een busje waarmee ik acht mensen vervoerde van en naar hun werk.
Ambtenaar:
Dat is goed om te horen.
Maakt u huiswerk voor de lessen?
Eunice:
Ja, meestal wel.
Ik oefen ook thuis met een app en met mijn buurman.
Ambtenaar:
Heel goed.
Werkt u op dit moment?
Eunice:
Ja. Ik werk drie dagen per week in een magazijn.
Mijn collega’s spreken soms Engels met mij, maar ik wil graag meer Nederlands spreken.
Ambtenaar:
Dat is een goede wens.
Wat wilt u graag in de toekomst?
Eunice:
Ik wil beter Nederlands leren.
Later wil ik een vaste baan.
Misschien in de techniek.
In Ghana werkte ik ook met mijn handen.
Ambtenaar:
Dat klinkt als een goed plan.
We kunnen samen kijken naar een cursus of een opleiding.
Wilt u dat?
Eunice:
Ja, graag. Dat zou ik fijn vinden.
Ambtenaar:
Mooi. Dan maken we een nieuw plan.
U bent goed bezig. Ga zo door.
Eunice:
Dank u wel.