Podcasts
Praktijkopdrachten
- Lees voor uit een Nederlands kinderboek.
- Kijk samen naar een kinderprogramma zoals Het Klokhuis of Sesamstraat en vertel waar het over ging. School tv: https://schooltv.nl
- Praat elke dag 5 minuten in het Nederlands met je kind en/of partner.
- Schrijf elke dag 5 nieuwe woorden op die je hoort (op straat, op tv, in een winkel).
- Maak een praatje met een buur (“Wat een mooi weer!” of “Heeft u ook gezien dat ze de weg maken?”).
- Vraag iets kleins aan een buur (“Mag ik even een ei lenen?”).
- Ga naar de bibliotheek of het buurthuis en vraag naar een activiteit.
- Praat met een verkoper op de markt: “Waar komt deze kaas vandaan?”.
- Gebruik één Nederlands woord per dag op je werk, bijvoorbeeld “goedemorgen” of “pauze”.
- Vertel in het Nederlands wat je vandaag hebt gedaan op je werk.
- Luister naar een korte video over werk in Nederland (bijv. op nt2taalmenu.nl of oefenen.nl).
- Schrijf drie zinnen over jouw werkdag in het Nederlands.
- Kijk 5 minuten naar NOS Nieuws in eenvoudig Nederlands of Jeugdjournaal.
- Luister naar een Nederlands lied en schrijf op waar het over gaat.
- Kijk een video op YouTube met Nederlandse ondertiteling.
- Luister naar een korte podcast voor NT2-leerlingen (bijv. Taalklas).
- Geef iemand een compliment in het Nederlands (“Wat een mooie jas!”).
- Stuur een kort WhatsApp-bericht in het Nederlands (bijv. naar een buur of juf van je dochter).
- Vraag iets aan een Nederlander op straat of in de winkel.
- Schrijf een kort briefje in het Nederlands (bijv. “Bedankt voor het lenen van alklas).
| VERSLAG | |
| Wat heb je gedaan? of geoefend? | |
| Met wie heb je gepraat | |
| Wat ging goed? | |
| Wat vond je moeilijk? | |
| Nieuw woorden of zinnen die je hebt geleerd: |
Extra opdrachten
- Een huishoudelijk probleem oplossen
- – Zoek online een Nederlandstalige uitleg of video.
- – Schrijf op wat je hebt begrepen.
- – Leg iemand thuis in het Nederlands uit wat je gaat doen.
- – Probeer het probleem op te lossen of bespreek de beste oplossing.
- Een product vergelijken
- – Vergelijk twee producten op een Nederlandse website.
- – Let op prijs, kwaliteit, levertijd en reviews.
- – Kies één product en schrijf waarom.
Online spelletjes
Klanken
| JA, hetzelfde | NEE, niet hetzelfde | |
| 1 hout – huid | X | |
| 2 duik – duik | X | |
| 3 woud – woud | X | |
| 4 ruil – ruil | X | |
| 5 trui – trouw | X | |
| 6 koud – kuit | X | |
| 7 blauw – blauw | X | |
| 8 zuid – zout | X | |
| 9 lauw – lui | X | |
| 10 fout – fout | X | |
| 11 stuit – stout | X | |
| 12 luister – luister | X | |
| 13 bouwen – buien | X | |
| 14 buiten – buiten | X | |
| 15 uit – oud | X |
Een reisje naar Utrecht.
Luister naar de docent/begeleider
Zij leest een tekst over een reisje naar Utrecht twee keer voor. Luister goed en schrijf de belangrijkste woorden op. Schrijf de tekst in je eigen woorden op. (In een groep:Werk samen met een andere deelnemer en maken samen een tekst in eigen woorden.) Daarna krijg je de voorgelezen tekst. We bespreken samen de verschillen.
Maria gaat morgen naar de verjaardag van een vriendin in Utrecht. Ze gaat met het openbaar vervoer; eerst met de tram naar het station en dan met de trein. In Utrecht moet ze dan nog een stukje met de bus. En van de bushalte is het nog een klein stukje lopen naar het huis van haar vriendin. In totaal is Maria ongeveer een uur onderweg.
Tekst. Een dagje naar het strand.
Morgen wordt het prachtig weer. Dan gaan we een dagje naar het strand met de kinderen. We gaan met de trein. Van Amsterdam Centraal naar Zandvoort aan Zee. Vanaf het station is het dan nog een klein stukje lopen naar het strand. We nemen appels en bananen mee. En een thermosfles met koffie en limonade voor de kinderen. We gaan lunchen in een strandpaviljoen. En de kinderen krijgen natuurlijk een ijsje! We nemen ook zwemspullen en handdoeken mee. En schepjes en emmertjes. En zonnebrandcrème. En we moeten onze zonnebrillen vooral niet vergeten. We gaan aan het eind van de middag pas weer naar huis. Voor de zekerheid nemen we ook een trui mee, want aan het eind van de dag kan het best fris worden op het strand, vooral als het waait!
https://wordwall.net/nl-nl/community/nt2/lidwoorden-de-het-een
https://wordwall.net/nl-nl/community/nt2/lidwoorden-de-het-een