
Doel: Leren hoe je beleefd aangeeft dat een prijs niet klopt en een gesprek voert met een supermarktmedewerker.
Woordenschat oefenen
- Excuseer, mag ik iets vragen?
- Op het schap stond een andere prijs.
- Kunt u dit controleren?
- U heeft gelijk.
- Ik pas het meteen aan.
Voorbeelddialoog
- Situatie: Klant staat bij de kassa en merkt op dat de prijs van een pak rijst hoger is dan op het schap stond.
- Klant:
Excuseer, mag ik iets vragen? Ik denk dat er een fout is met de prijs. - Medewerker:
O ja? Wat is er aan de hand? - Klant:
Op het schap stond dat deze rijst drie euro kost, maar op de bon staat vier euro vijftig. - Medewerker:
Hmm, dat is vreemd. Mag ik het pak even zien? - Klant:
Natuurlijk, hier is het. - Medewerker:
Ik ga het even controleren bij het schap. Een moment alstublieft. - (Even later)
- Medewerker:
U heeft gelijk. Op het schap staat drie euro. Ik pas het meteen aan. U krijgt het verschil terug. - Klant:
Dank u wel! Fijn dat u het zo snel oplost. - Medewerker:
Graag gedaan. Nog een fijne dag!
Rollenspel
- Persoon A = klant
- Persoon B = caissière/supermarktmedewerker
Voorbeeldscenario
De klant heeft een product waarvan de prijs niet klopt. De medewerker reageert eerst verbaasd, controleert iets, en biedt dan een oplossing.
👉 Variatie-ideeën:
- Laat de rollen omwisselen
- Voeg obstakels toe (bijv. de medewerker gelooft het eerst niet)
- Gebruik echte supermarktproducten als visuele hulpmiddelen
Stap 3: Nabespreking (5 minuten)
Bespreek samen:
- Wat ging goed?
- Wat was lastig om te zeggen?
- Welke woorden of zinnen zou je de volgende keer anders gebruiken?