Les 9 Vakantie

Een les over vakantie

Woorden

WoordUitlegVoorbeeldzin 1Voorbeeldzin 2
taalTaal is een systeem van woorden en regels waarmee mensen met elkaar communiceren.Hij leert de Nederlandse taal op school.Welke taal spreek jij thuis?
taartTaart is een zoet gebak dat vaak bij feestjes wordt gegeten.Voor mijn verjaardag bakte ik een grote taart.Wil je een stuk chocoladetaart?
tafelEen tafel is een meubelstuk met een plat blad waarop je dingen kunt zetten.De boeken liggen op de tafel.We eten samen aan de keukentafel.
takEen tak is een deel van een boom dat van de stam afgroeit.Er zit een vogel op de tak.Door de wind brak er een tak af.
tamelijkTamelijk betekent nogal of best wel.Het is tamelijk koud vandaag.Ze spreekt tamelijk goed Nederlands.
tandEen tand is een hard wit stukje in je mond waarmee je kauwt.De tandarts controleert mijn tanden.Ik heb pijn aan mijn tand.
tanteEen tante is de zus van je vader of moeder.Mijn tante komt morgen op bezoek.Ze heeft een lieve tante in België.
tasEen tas is een voorwerp waarin je spullen kunt meenemen.Ze doet haar boeken in de tas.Ik ben mijn tas vergeten op school.
taxiEen taxi is een auto met chauffeur die mensen tegen betaling vervoert.We namen een taxi naar het station.De taxi stond al voor de deur.
teTe betekent ‘in te grote mate’ of ‘om te’ in combinatie met een werkwoord.Het water is te heet om te drinken.Hij probeert te helpen waar hij kan.
teamEen team is een groep mensen die samenwerken.Ons voetbalteam heeft gewonnen.Ze werken als team aan het project.
teenEen teen is een van de vijf delen aan het uiteinde van je voet.Hij stootte zijn teen tegen de tafel.Ze draagt schoenen met open tenen.
tegenTegen betekent in de richting van iets of in tegenstelling tot iets.Hij duwt tegen de deur.Ze is tegen dat plan.
tekenEen teken is een symbool of een aanduiding dat iets betekent.Ze gaf hem een teken om stil te zijn.Een rood licht is een teken dat je moet stoppen.
tekenenTekenen is met lijnen of kleuren iets afbeelden op papier.Het kind zit te tekenen aan tafel.Ze tekent een bloem met potlood.
telefoonEen telefoon is een apparaat waarmee je kunt bellen of berichten sturen.Ik bel je later op je telefoon.Mijn telefoon ligt nog in de auto.
televisieTelevisie is een apparaat waarop je bewegende beelden kunt zien, of het medium zelf.De kinderen kijken televisie voor het slapen.Mijn televisie staat in de woonkamer.
tellenTellen is de aantallen opnoemen of berekenen.Hij leert tot twintig tellen.We tellen hoeveel stoelen er zijn.
tennisTennis is een sport waarbij je met een racket een bal over een net slaat.We spelen tennis op zaterdag.Ze kijkt graag naar tennis op tv.
terugTerug betekent naar de plaats of toestand van eerder.Ik kom straks terug naar huis.Geef het boek alsjeblieft terug.
terugkomstTerugkomst is het moment dat iemand terugkomt.We vierden haar terugkomst met een diner.Na zijn terugkomst voelde hij zich beter.
terwijlTerwijl betekent ‘op hetzelfde moment dat’ of ‘hoewel’.Hij kookte terwijl zij de tafel dekte.Ze ging wandelen terwijl het regende.
testEen test is een manier om kennis, vaardigheid of kwaliteit te meten.De test bestond uit twintig vragen.Ze doet een test voor corona.
tevredenTevreden betekent blij met wat je hebt of hoe iets is gegaan.Hij is tevreden met zijn cijfer.Ze kijkt tevreden naar haar werk.
theeThee is een warme drank die je maakt van blaadjes in heet water.Wil je een kopje thee?Ze drinkt elke ochtend groene thee.
thuisThuis betekent in je eigen huis.Ik blijf vanavond thuis.Ze voelt zich thuis in Nederland.
tienTien is het getal na negen en voor elf.Hij is tien jaar oud.Er zitten tien mensen in de klas.
tijdTijd is de voortgang van momenten; uren, minuten, seconden.Ik heb geen tijd om te koken.De tijd gaat snel voorbij.
titelEen titel is de naam van een boek, film of ander werk.Wat is de titel van dat boek?Ze won de titel kampioen van Nederland.
toekomstToekomst is de tijd die nog moet komen.Hij denkt veel na over de toekomst.In de toekomst wil ik dokter worden.
toenToen betekent ‘op dat moment in het verleden’.Toen hij klein was, had hij een hond.We gingen naar huis toen het donker werd.
toenameToename betekent dat iets meer wordt.Er is een toename van het aantal studenten.De toename van verkeer zorgt voor files.
totaalTotaal betekent alles samen of volledig.Het totaal is vijftig euro.Hij is totaal uitgeput na het sporten.
traanEen traan is een druppel vocht uit je oog, meestal als je huilt.Er rolde een traan over haar wang.Van het lachen kreeg hij tranen in zijn ogen.
tramEen tram is een voertuig dat over rails door de stad rijdt.We nemen de tram naar het museum.De tram is sneller dan de bus.
treinEen trein is een lang voertuig dat over rails rijdt en mensen vervoert.De trein naar Utrecht vertrekt om acht uur.Ze leest een boek in de trein.
trekkenTrekken betekent iets naar je toe halen of reizen.Trek aan het touw om de bel te luiden.Ze trekken door Europa met een rugzak.
trouwenTrouwen is het sluiten van een huwelijk.Ze gaan trouwen in augustus.Mijn ouders zijn al dertig jaar getrouwd.
truiEen trui is een kledingstuk dat je warm houdt, vooral in de winter.Ik draag een dikke trui als het koud is.Ze kocht een nieuwe trui met strepen.
tuinEen tuin is een stuk grond bij een huis met planten of gras.De kinderen spelen in de tuin.Hij plant bloemen in zijn tuin.
tussenTussen geeft aan dat iets of iemand zich bevindt in het midden van twee andere dingen.Hij zit tussen zijn ouders in.De school ligt tussen het park en het station.
tweedeTweede betekent dat iets op de tweede plaats komt, na het eerste.Hij werd tweede in de wedstrijd.De tweede deur rechts is van mij.

Woorden – herhaling

  • Leiden – leider
  • Lijden – pijn lijden

Lomp

  • De man praatte zo hard, dat iedereen hem lomp vond.
  • Het is lomp om iemand niet te groeten.
  • Hij liet het bord vallen. Dat was een beetje lomp.
  • Het is lomp om te lachen als iemand valt.
  • Zij zei iets lomp, en daarna schaamde ze zich.

Markeren

  • Wil je dit woord in de tekst markeren met geel?
  • We markeren de route op de kaart.
  • De leraar markeert de fouten in rood.

Mengsel

  • Ik maak een mengsel van melk en cacao.
  • Het parfum is een mengsel van bloemen en citrus.
  • Deze saus is een mengsel van tomaat en kruiden.

Video vakantie

Scroll naar boven