Les 11 Kopen

In de winkel

Begroeting en hulp bieden Producten en vragen Prijzen en betaling Afscheid en bedankenAlgemene woorden
Hallo / Goedemiddag / Goedenavond:Wat zoekt u? / Bent u op zoek naar iets specifieks? Dat is [prijs]. Dank u welJa, Nee< Ik vraag het even; helaas niet
Kan ik u helpen? / Waarmee kan ik u van dienst zijn? We hebben ook… / Misschien is dit iets voor u? Betaalt u contant of met pin?Graag gedanGraag, alsublieft
Kunt u hier terecht? Dit is een … / Onze … is van … Hier is uw bonTot ziens!Sorry
Is dit de juiste maat? / Wilt u een andere kleur? Mijn naam is

Woorden

WoordBetekenisVoorbeeldzin 1Voorbeeldzin 2
vaakregelmatig, veel kerenIk ga vaak naar de markt.Hij is vaak te laat.
vaarwelafscheidsgroetZe zei vaarwel tegen haar vrienden.We namen verdrietig vaarwel.
vaderman die een kind heeftMijn vader werkt in een ziekenhuis.De vader speelt met zijn zoon.
vakonderdeel van school of werkWiskunde is mijn favoriete vak.Hij is goed in zijn vak.
vakantieperiode om vrij te zijn van werk of schoolWij gaan op vakantie naar Spanje.In de vakantie lees ik veel boeken.
vallennaar beneden gaan zonder controlePas op dat je niet valt.De bladeren vallen van de bomen.
valsniet echt of gemeenHij gaf een vals antwoord.De hond blaft vals naar vreemden.
vanwoord dat herkomst of eigendom aangeeftDit boek is van mij.Hij komt van school.
vandaagdeze dagVandaag schijnt de zon.Ik heb vandaag een afspraak.
vangeniets pakken wat beweegtDe kat vangt een muis.Hij kan goed een bal vangen.
vanmorgenin de ochtend van vandaagIk heb vanmorgen met de huisarts gebeld.Vanmorgen was het erg koud.
vannachtde nacht die net geweest is of nog komtVannacht heb ik slecht geslapen.Het gaat vannacht vriezen.
varkenboerderijdier met een snuitWe zagen een varken op de kinderboerderij.Een varken rolt graag in de modder.
vaststevig en niet los; zekerZet de kast vast met een schroef.De dop zit vast op de fles.
vechtenstrijden; met kracht tegen iemand of iets ingaanVechten is verboden op school.Hij vecht tegen zijn ziekte.
veelin grote hoeveelheidEr waren veel mensen op het festival.Ze drinkt veel water.
veerpont/boot om een korte overtocht te makenWe nemen het veer naar de overkant.Het veer vaart elk half uur.
veiligzonder gevaarKinderen moeten veilig naar school kunnen.Het is veilig in dit dorp.
verniet dichtbijHet strand is ver van hier.Zij woont ver weg.
veranderenanders maken of wordenHet weer verandert snel.Ik wil mijn kamer veranderen.
veranderinghet anders wordenEr is veel verandering op het werk.De verandering was moeilijk voor hem.
verderlater of bovendien; op grotere afstandWe gaan verder met het volgende onderwerp.Het station ligt verder naar rechts.
verdienengeld krijgen voor werkHij verdient veel geld.Zij verdient respect voor haar werk.
verdrietigniet blij, droevigZij is verdrietig omdat haar kat weg is.Hij kijkt verdrietig naar de foto.
verenigentot één groep samenbrengenDe club wil de buurtbewoners verenigen.De bedrijven verenigen hun krachten.
verfgekleurde vloeistof om te schilderenWe kopen verf voor de muren.De verf is nog nat.
vergelijkbaarongeveer hetzelfdeDe prijzen zijn vergelijkbaar met vorig jaar.Onze resultaten zijn niet vergelijkbaar.
vergelijkende overeenkomsten en verschillen bekijkenVergelijk de twee teksten.Ik vergelijk prijzen voordat ik iets koop.
vergelijkinghet resultaat of proces van vergelijken; soms een rekensom met =In de vergelijking tussen de scholen scoort deze beter.Maak de vergelijking en kies de beste optie.
vergetenniet meer aan iets denkenIk vergat de afspraak.Vergeet je jas niet!
vergevenniet langer boos zijn om iemands foutZe vergaf hem zijn fout.Kun je me vergeven?
vergisseneen fout maken doordat je iets verkeerd ziet of denktSorry, ik vergis me in de datum.Hij vergiste zich in de prijs.
verhaaleen vertelling van gebeurtenissenHij leest een spannend verhaal.Ze vertelde een verhaal over haar jeugd.
verhoginghet hoger of meer wordenWe krijgen een huurverhoging.Er is een verhoging van de belasting.
verjaardagdag waarop iemand geboren isIk geef een feestje op mijn verjaardag.Gefeliciteerd met je verjaardag!
verkeerdniet goed; foutJe hebt het verkeerde nummer.Ik nam de verkeerde bus.
verkopeniets aan iemand geven voor geldDe winkel verkoopt kleren.Ik wil mijn fiets verkopen.
verlatenweggaan uit een plaats of bij iemandHij verliet het huis om te werken.Zij voelde zich verlaten.
verledentijd die al voorbij isIn het verleden woonde ik in Den Haag.We praten over het verleden.
verliezenniet winnen of kwijtrakenOns team verloor de wedstrijd.Ik ben mijn sleutels verloren.
vernietigenhelemaal kapotmakenDe storm vernietigde het dak.Het bedrijf vernietigt oude documenten.
veroverendoor moeite of strijd krijgenHet team veroverde de eerste plaats.De koning veroverde nieuwe landen.
verrasseniemand onverwacht blij makenWe willen haar met een feestje verrassen.De uitslag verraste iedereen.
versnieuw, niet oud of bedorvenDe vis is vers van de markt.Gebruik verse groente.
verschiliets dat niet hetzelfde isEr is een groot verschil tussen zomer en winter.Wat is het verschil tussen deze twee woorden?
verschrikkelijkheel erg, heel slechtHet weer was verschrikkelijk koud.Ze voelde zich verschrikkelijk alleen.
verspreidenover een gebied verdelen of rondsturenDe wind verspreidt de zaden.Het nieuws verspreidde zich snel.
verstandhet vermogen om te denken en te begrijpenGebruik je verstand.Hij heeft veel verstand van computers.
verstoppeniets of iemand verbergenZe verstopte het cadeau onder het bed.De kinderen spelen verstoppertje.
versturenzendenIk verstuur een e-mail naar de docent.Kun je het pakket morgen versturen?
vertellenin woorden duidelijk makenZe vertelde een grappig verhaal.Ik vertel je later meer.
vertrekkenweggaanDe trein vertrekt om tien uur.We vertrekken morgen vroeg.
vertrouwengeloven dat iemand eerlijk of goed isIk vertrouw mijn beste vriend.Je moet jezelf vertrouwen.
verwachtendenken dat iets gaat gebeurenIk verwacht regen morgen.Hij verwacht veel van zijn kinderen.
verwijderenweghalenVerwijder het bestand van de computer.De vlek is moeilijk te verwijderen.
verzamelenbij elkaar brengenHij verzamelt oude munten.We verzamelen gegevens voor het onderzoek.
verzamelinggroep dingen die je hebt verzameldZe heeft een grote boekverzameling.Mijn postzegelverzameling is compleet.
vetdikke olieachtige stof; ook: met veel vetEet niet te veel vet.Deze saus is erg vet.
vierhet getal 4We zijn met vier personen.Mijn zoon is vier jaar.
vierkantmet vier gelijke zijden en hoekenTeken een vierkant.De tafel heeft een vierkant blad.
viesniet schoonDe vloer is vies.Was je handen, ze zijn vies.
vijandiemand die tegen je isDe twee landen waren vijanden.Hij ziet niemand als vijand.
vijfhet getal 5De les begint om vijf uur.Ze heeft vijf appels.
vijverklein water in een tuin of parkDe eenden zwemmen in de vijver.Er liggen bladeren op de vijver.
vindenontdekken; een mening hebbenIk kan mijn sleutels niet vinden.Ik vind dit een goed idee.
vingerdeel van de handHij stak zijn vinger op.Ik heb mijn vinger gesneden.
visdier dat in water leeft; ook voedselWe zagen grote vissen in de zee.We eten vanavond vis.
vlaggekleurde doek als symbool van een landDe vlag hangt uit op Koningsdag.Elke school heeft een eigen vlag.
vleeseetbaar deel van dierenHij eet geen vlees.We kochten vlees bij de slager.
vliegklein insect dat kan vliegenEr zit een vlieg op het bord.Een vlieg zoemt in de kamer.
vliegtuigvoertuig dat door de lucht vliegtHet vliegtuig landt om zes uur.We reizen met het vliegtuig naar Italië.
vloerondergrond in een kamerDe vloer is van hout.Pas op, de vloer is nat.
voedeneten gevenZe voedt haar baby.We voeden de katten elke ochtend.
voedseletenGezond voedsel is belangrijk.Het restaurant gooit geen voedsel weg.
voelenmet je zintuigen of emoties ervarenIk voel me vandaag moe.Kun je voelen hoe koud het water is?
voetonderste deel van je been; ook lengtemaatHij heeft zijn voet geblesseerd.Ik loop op blote voeten.
voetbalsport met een balWe spelen elke zaterdag voetbal.Hij kijkt graag voetbal op tv.
vogeldier met veren dat kan vliegenEr zit een vogel in de boom.Die vogel kan mooi zingen.
volhelemaal gevuld; geen plaats meerDe bus is vol.Mijn agenda zit deze week vol.
volgendedie na deze komtDe volgende trein is om negen uur.Volgende week heb ik vakantie.
volgordede reeks waarin dingen komenZet de zinnen in de juiste volgorde.De volgorde van de nummers is anders.
vooraan de voorkant; eerder dan; bedoeld voorDe auto staat voor het huis.We eten voor de film.
voorbeeldmodel of uitleg met een concreet gevalKun je een voorbeeld geven?Dit hoofdstuk heeft veel voorbeelden.
voorkomenzorgen dat iets niet gebeurtWe willen fouten voorkomen.Veel ongelukken zijn te voorkomen.
voorzichtigmet aandacht om geen gevaar of fout te makenWees voorzichtig met het mes.Hij reed voorzichtig door de straat.
voorziengeven wat nodig is; leverenDe organisatie voorziet de vluchtelingen van eten.De gemeente voorziet in nieuwe fietsenrekken.
vorkeetgereedschap met puntenEet je salade met een vork.De vork ligt links van het bord.
vormhoe iets eruitziet aan de buitenkantDeze steen heeft een ronde vorm.Welke vorm heeft het koekje?
vosroodbruin wild dier met een staartWe zagen een vos in het bos.De vos liep snel weg.
vouweniets buigen zodat delen op elkaar komenVouw het papier dubbel.Ze vouwde de was op.
vraagiets wat je wilt wetenMag ik een vraag stellen?De docent beantwoordt elke vraag.
vrageninformatie of hulp willenIk ga de leraar iets vragen.Ze vraagt om stilte.
vredetoestand zonder oorlog of ruzieNa jaren was er eindelijk vrede.Ze willen in vrede samenleven.
vreemdraar of uit een ander landDat is een vreemd geluid.Hij spreekt met een vreemd accent.
vreemdeiemand die je niet kentEen vreemde vroeg me de weg.Praat niet met vreemde mensen.
vriendiemand met wie je een goede relatie hebtHij is mijn beste vriend.Ze praat graag met haar vrienden.
vriendelijkaardig, met goede manierenDe ober was heel vriendelijk.Ze gaf me een vriendelijke glimlach.
vriezenonder nul graden zijnHet gaat vannacht vriezen.De vijver kan dichtvriezen.
vrijniet bezet of zonder verplichtingenIk ben morgen vrij.Deze stoel is nog vrij.
vrijheidmogelijkheid om te doen wat je wilt binnen regelsVrijheid van meningsuiting is belangrijk.Ze voelde vrijheid tijdens de vakantie.
vroegop een niet laat tijdstipHij stond vroeg op.Ben je vandaag vroeg thuis?
vroegerin het verledenVroeger had ik lang haar.Hij woonde vroeger in Utrecht.
vrouwvolwassen meisje, echtgenoteDie vrouw is mijn lerares.Mijn vrouw houdt van koken.
vullenvol makenVul de fles met water.Ze vullen de schappen in de winkel.
vuurbrandend licht en warmteHet vuur in de open haard brandt.Ze staken een vuur aan op het strand.

Taalriedels

Huishoudelijke producten

KeukenHuishoudelijk schoonmakenBadkamer & toiletWonenWassen & strijkenOverig praktisch
BroodroosterEmmerWC-borstelKaarsStrijkplankBatterijen
AfdruiprekDweilToiletrolhouderWaxinelichtjesStrijkijzerVerlengesnoer
FlessenschraperStofdoekHanddoekFotolijstWasmiddelStekkerdoos
SchaarSchoonmaakdoekjesWashandjeSpiegelWasverzachterOpbergdoos
DunschillerSponsDouchegordijnKussenWasmandParaplu
KaasschaafAllesreinigerBadmatPlaid (dekentje)WasnetKlok
PannenlapPrullenbakZeepbakjeMandje
TheedoekVuilniszakkenTandenborstelhouderVaas
VaatdoekWasmandLamp (tafellamp, leeslamp)
AfwasborstelWasknijpers
GardeDroogrek
Zeef
Snijplank
Keukenweegschaal
Waterkoker
Pannenset
Koekenpan
Steelpan
Ovenhandschoen

Verstaanbaarheid

Ui-klank

Ui-eu-au

Zeg na

Kun je kleuren met geuren?

Ja in de keuken van de reus

De kleuter kreunt, en de dreumes leunt

Ach, wat sneu

Ik heb jeuk bij mijn heup

Dat is niet leuk

Gebaren

SituatieGebaarIn Nederland?
Je ziet een product in de winkelMet je vinger wijzen naar het product✅ Ja, dat mag (niet naar mensen wijzen!)
Je wilt iemand laten wachtenHand opsteken met handpalm naar voren✅ Ja, dat betekent ‘even wachten’
Je wilt iemand begroetenHand geven of drie zoenen (bij vrienden/familie)✅ Ja, hand geven is altijd goed; zoenen alleen bij bekenden
Je wilt zeggen dat iets lekker smaaktDuim en wijsvinger op elkaar (smakelijk) of duim omhoog✅ Ja, maar duim omhoog is gebruikelijker
Je wilt zeggen dat iemand stil moet zijnVinger voor de mond✅ Ja, universeel gebaar
Je wilt iemand roepen die verderop staatHand omhoog steken en wenken met vingers✅ Ja, maar niet te dwingend gebruiken
Je wilt zeggen dat iets ‘goed’ isDuim omhoog✅ Ja, heel gebruikelijk
Je wilt duidelijk maken dat je het niet weetSchouders ophalen, handen opzij✅ Ja, vaak gebruikt
Scroll naar boven