Ga naar de inhoud
Begrijpen
- Sorry, ik begrijp u niet.
- Wat bedoelt u precies?
- Kunt u wat langzamer spreken?
- Kunt u dat nog een keer herhalen?
- Kunt u het anders zeggen?
- Hoe zeg je dat in het Nederlands?
- Oh, nu begrijp ik het!
Over jezelf
- Ik spreek nog niet zo goed Nederlands.
- Ik leer Nederlands.
- Nederlands is moeilijk, maar leuk!
- Ik kom uit [land].
- Ik woon in [stad/buurt].
- Ik werk als [beroep].
- Ik heb één / twee / drie kinderen.
- Ik woon hier sinds [jaar].
Beleefdheid
- Alstublieft.
- Dank u wel.
- Geen dank.
- Sorry.
- Het spijt me
- Geeft niet.
- Fijne dag!
- Tot ziens!
In de les
- Wat betekent dat woord?
- Hoe schrijf je dat?
- Kunt u dat op het bord schrijven?
- Ik begrijp het niet.
- Kunt u een voorbeeld geven?
- Mag ik een vraag stellen?
- Kunt u het nog een keer uitleggen?
- Wat moeten we doen?
Aan de telefoon
- Met … [voornaam, achternaam].
- Met wie spreek ik?
- Kunt u mij doorverbinden met …?
- Een momentje, alstublieft.
- Ik hoor u niet goed.
- Kunt u dat spellen?
- Ik bel later terug.
- Kunt u mij ook een e-mail sturen?
E-mail schrijven
- Geachte … Beste … Hallo,
- Mijn naam is … Ik ben …
- Ik schrijf u om te vragen … om u te laten weten … Kunt u … Wilt u ….
- Bij voorbaat hartelijk dank voor … de moeite
- Hoogachtend, Hartelijke groeten,
Veiligheid
- Dat zeg ik liever niet.
- Kunt u zich legitimeren, alstublieft?
- Ik vertrouw dit niet.
- Ik wil eerst iemand vragen om hulp.
- Ik wil dat graag even controleren.
- Kan iemand 112 bellen?
Op straat/in de winkel
- Waar is de supermarkt / bushalte / bibliotheek?
- Hoeveel kost dat?
- Kan ik met pin betalen?
- Mag ik een tasje?
- Dank u wel, fijne dag!
- Sorry, ik zoek dit adres.
- Kunt u mij helpen?