Woorden met een Z
| woord | betekenis | voorbeeld 1 | voorbeeld 2 |
|---|---|---|---|
| zaak | bedrijf of kwestie | Ik heb een eigen zaak in de stad. | Het is een moeilijke zaak om op te lossen. |
| zacht | niet hard | Het kussen is heel zacht. | Ze heeft een zachte stem. |
| zak | tas van stof of plastic | Hij stopt het brood in de zak. | De zak zit vol aardappelen. |
| zand | kleine korrels op het strand | De kinderen spelen in het zand. | Er ligt zand in mijn schoenen. |
| zee | groot water | We zwemmen in de zee. | De zee is vandaag rustig. |
| zeep | middel om je te wassen | Ze wast haar handen met zeep. | De zeep ruikt lekker. |
| zeer | heel erg | Mijn arm doet zeer. | Het is zeer koud buiten. |
| zeggen | in woorden uitdrukken | Hij wil iets belangrijks zeggen. | Wat wil je daarmee zeggen? |
| zeil | doek op een boot om wind te vangen | Het zeil vangt de wind. | Ze hijst het zeil omhoog. |
| zeker | zeker weten | Ik ben zeker van mijn keuze. | Hij is zeker van zijn zaak. |
| zelfde | hetzelfde als iets anders | We dragen dezelfde jas. | We hebben dezelfde smaak. |
| zes | het getal 6 | Er zijn zes appels. | Zes mensen kwamen op het feest. |
| zetten | plaatsen of neerzetten | Zet de stoel bij het raam. | Zet het glas op tafel. |
| zeven | het getal 7 | Er wonen zeven mensen in dat huis. | Ik sta op om zeven uur. |
| ziek | niet gezond | Ik ben een beetje ziek vandaag. | Hij ligt ziek in bed. |
| ziekenhuis | gebouw voor zieken | De dokter werkt in het ziekenhuis. | Ze brengen hem naar het ziekenhuis. |
| ziel | onsterfelijk deel van de mens | Hij heeft een goede ziel. | Zijn ziel is vredig. |
| zien | met je ogen waarnemen | Ik kan de bergen zien. | Ik wil die film graag zien. |
| zij | vrouwelijk voornaamwoord | Zij komt morgen op bezoek. | Zij studeert economie. |
| zijn | werkwoord ‘zijn’ | Wij zijn te laat. | Het huis is groot. |
| zilver | grijs metaal | De ring is van zilver. | Zilver glanst mooi in het licht. |
| zingen | met stem muziek maken | Ze zingen een lied. | Ze zingen in het koor. |
| zinken | naar beneden gaan in water | Het schip begint te zinken. | De steen zinkt naar de bodem. |
| zitten | op een stoel zitten | Ik zit op de bank. | We zitten buiten in de tuin. |
| zo | op deze manier | Doe dat zo. | Het ging zo snel! |
| zoals | op dezelfde manier als | Hij praat zoals zijn vader. | Maak het zoals ik zei. |
| zoeken | iets proberen te vinden | We zoeken de sleutels. | Ze zoeken een nieuwe baan. |
| zoet | met suiker | De taart is zoet. | Ik hou van zoete koekjes. |
| zomer | jaargetijde tussen lente en herfst | In de zomer is het warm. | De zomer is mijn favoriete seizoen. |
| zon | ster van licht en warmte | De zon schijnt fel. | De zon gaat onder achter de bergen. |
| zonder | niet met | Hij drinkt koffie zonder suiker. | Ze kan niet zonder haar telefoon. |
| zonnig | met veel zon | Het is een zonnige dag. | Wat een zonnige ochtend! |
| zoon | mannelijk kind | Hun zoon is vijf jaar. | Hun zoon studeert in Leiden. |
| zorg | aandacht of hulp voor iemand | Ze werkt in de zorg. | Ze heeft veel zorg voor haar ouders. |
| zorgen | je druk maken over iets | Hij maakt zich zorgen over zijn werk. | Maak je geen zorgen. |
| zou | vorm van ‘zullen’ | Ik zou graag op vakantie gaan. | Ik zou het anders doen. |
| zout | witte kristallen smaakstof | Er zit te veel zout in de soep. | Er ligt zout op de tafel. |
| zuid | richting op de kaart | We reizen naar het zuiden. | Zuid-Frankrijk is mooi. |
| zulke | van dat soort | Ik hou van zulke boeken. | Ik heb zulke mensen eerder gezien. |
| zullen | toekomstvorm van werkwoord | We zullen morgen vertrekken. | We zullen zien wat er gebeurt. |
| zus | vrouwelijke familielid | Mijn zus woont in Utrecht. | Mijn zusje is jarig. |
| zwaar | met veel gewicht | De koffer is te zwaar. | De tas is zwaar om te tillen. |
| zwak | niet sterk | Hij voelt zich zwak. | Hij is nog te zwak om te werken. |
| zwembad | plaats om te zwemmen | Het zwembad is gesloten. | We gaan naar het zwembad. |
| zwemmen | in water bewegen | De kinderen zwemmen in het meer. | Hij leert zwemmen op school. |
Taalriedels
Een afspraak bij het stadsloket
Een afspraak bij het stadsloket
Nummertje trekken
Nummertje trekken
Wachten, kijken
Wachten, kijken
Eindelijk aan de beurt
Eindelijk aan de beurt
Stempel hier, stempel daar
Stempel hier, stempel daar
Zo is het klaar,
Zo is het klaar
Wilt u even tekenen?
Wilt u even tekenen?
Dat kan hier.
Dat kan hier.
Dankuwel
Graag gedaan
Lidwoorden
Oefening: Vul het goede lidwoord in – de, het of een.
Let op: soms schrijf je geen lidwoord. Schrijf dan een streepje (–).
- Vandaag ga ik boodschappen doen in ___ supermarkt.
- Ik koop ___ melk, ___ pak rijst en ___ groente.
- Ik betaal ___ boodschappen bij ___ kassa.
- Dan loop ik vanaf ___ centrum naar ___ huis.
- Ik open ___ deur en ga naar ___ keuken.
- Ik zet ___ boodschappen op tafel.
- Dan kook ik ___ rijst en bak ik ___ groente.
- ___ eten ruikt lekker!
- Na het eten drink ik ___ kop thee.
- Mijn buurman belt aan met ___ grote glimlach.
- We praten even over ___ weer.
- Buiten schijnt ___ zon.
- In ___ tuin zitten vogels in ___ boom.
- Ik hoor ___ kind lachen op straat.
- Morgen ga ik weer naar ___ werk met ___ goed gevoel.
- Ze draagt ___ rood vest.
- Hij rijdt met ___ auto naar werk.
- Kind speelt buiten. (Let op: soms geen lidwoord!)
Rollenspel
Rollenspel. Telefoongesprek. Grofvuil laten ophalen.
- Lees de tekst van beide rollen heel goed door. Ken je alle woorden?
- Werk samen met een andere deelnemer. Verdeel de rollen.
- Bereid je rol voor. Wat zeg je in die situatie? Hoe begin je het gesprek? Wat zeg je aan het eind van het gesprek? Zeg je u of jij?
- Speel de situatie. Spreek duidelijk en niet te snel. Los het probleem samen op.
- Wissel van rol en speel de situatie nog een keer.
Rol A. Een opgeruimd huis.
Je hebt je huis opgeruimd. Je wilt allerlei oude spullen weggooien, maar ze zijn te groot voor de vuilnisbak.
Je belt de gemeentereiniging om een afspraak te maken voor het ophalen van grofvuil de volgende week.
Je kunt elke dag behalve vrijdag.
Rol B. Medewerker gemeente
Je werkt bij de gemeentereiniging
iemand belt en wil voor de volgende week een afspraak maken voor het ophalen van grofvuil.
Het is erg druk bij de ophaaldienst.
Het kan alleen nog op vrijdag.